donderdag 29 januari 2015

Laatste nieuws: Lopen niet zo efficiënt als gedacht



Na de zon is Proxima Centauri de dichtstbijzijnde ster. Hij staat 40 biljoen kilometer van ons af. Dat is een heel eindje lopen. Ongeveer een miljard keer de aarde rond. Dus even wat simpeler: een miljoen keer de aarde om lopen en dat dan nog eens 1000 keer. Dus eigenlijk 1000 keer een miljoen keer.
Laat ik eerlijk zijn: Je zou mij na het 3e rondje al kunnen opvegen. Want dan heb ik gedurende 60 jaar ruim 15 kilometer per dag gelopen. En dan ben ik nog maar slechts 3 keer de aarde rond. Ik vermoed trouwens dat ik zelfs na 2 keer al afhaak. Maar dan moet ik nog 39999999999998 keer. Dat is een mensenleven toch niet te doen?
Nee, doe dan maar onze eigen koperen ploert. Dan hoef ik slechts 3750 keer de aarde rond te lopen. Daar doe ik vervolgens wel meer dan 100.000 jaar over, dus… tja. Met een vliegtuig is het in een paar jaar wel te doen. Maar lopen…?
Zodat we kunnen concluderen dat lopen helemaal niet zo efficiënt is als wij denken.

woensdag 28 januari 2015

Rust

‘Adri, check out your week on Twitter’, lees ik in mijn mailbox. Mijn grootmoeder kreeg dit soort meldingen nooit. Nooit! ‘Check out your week on Twitter’ was voor haar net zulke apekool als 'Meteolojinx Recanto' uit ‘Harry Potter’. Mijn grootmoeder hielp mensen in de melkwinkel van mijn opa aan de Voorstraat. Ze verkocht yoghurt en kaas aan mensen die dat nodig hadden. Daar had ze een dagtaak aan, naast het huishouden natuurlijk. Als zij haar week on Twitter had moeten uitchecken kwam ze waarschijnlijk niet verder dan 20 liter melk, 5 liter yoghurt, 7 pond kaas, 12 dozen eieren en enkele guldens en rijksdaalders in de kassa. Soms ging ze naar buiten en staarde ze roerloos naar de lucht. ‘De lente komt eraan’, zei ze dan tegen mijn opa. Hij was net bezig met het versjouwen van enkele melkbussen. De herdershond lag in een hoek van het huis in het warme zonlicht te slapen. Het leven was nog geen doorlopend evenement. ‘Check out your week on Twitter’ lag in de verre, verre toekomst besloten. Gelukkig voor hen.

woensdag 26 november 2014

Lobby

Soms
Sta ik in de lobby
Van een lommerrijk hotel
Bladeren
Dwarrelen
Om me heen
Draperen zich
om me heen

Duizelend suizen
In hun vrije val
Deinend
Op lucht
Lommerrijk deinend
Om me heen
Dan ga ik het pad over kiezels
Tussen uitstekende takken

En lommerrijk wiegen de bladeren
Om mij heen

vrijdag 7 november 2014

Castraat

Ik dacht opeens: hoe zou het zijn voor een jongen in vroeger eeuwen die vanwege zijn mooie zangstem een castraat moest worden? En hoe zou hij net op tijd op andere gedachten kunnen worden gebracht?
‘Het is zingen of liefhebben. Wat wil je?’
Het mes in de hand van mijn leermeester weerkaatste flikkerend het okergele zonlicht. Een scalpel, speciaal gefabriceerd om nauwkeurig elk soort weefsel te kunnen doorklieven, van zacht lillend vlees tot taaiharde pezen, en alles daartussen. Een heftige rilling trok door mijn lichaam. Alsof ik de vlijmscherpe pijn al gewaar werd.
Maar het verlangen om Caffarelli, Farinelli of Crescentini ooit te kunnen overtreffen, was heftiger. Dit was mijn kans om voor eeuwig in de Sixtijnse kapel te zingen met een hoogte die zelfs de grootste vrouwelijke sopranen nooit zouden bereiken.
‘Jij hebt de fijnste, zuiverste stem die ik ooit gehoord heb’, fluisterde mijn leermeester met wazige ogen. ‘Vreemdsoortig, geslachtloos, bovenmenselijk.’
Zijn stem werd angstig.
‘Nog even en je wordt beslopen door de demonen des wasdoms, die je strottenhoofd oprekken tot een groot, massief orgaan waar geen lichtheid meer kan wonen.’
In zijn andere hand bungelde de injectienaald. Een trage druppel gleed langs het metaal omlaag.
Wat als ik nu instemde? Ik voorvoelde het bloedige, zachte glijden van het mes door de huid van het scrotum, het naar buiten brengen van de teelballen, het doorsnijden en dichtbranden van de zaadleiders. Het afscheiden van de bijballen, het dichtschroeien van de aderen en slagaderen. De weerzinwekkende slachting van mannelijkheid. Wie kon dat ondergaan, zelfs wanneer hij verdoofd was?
De keerzijde: het liefhebben dat er niet meer zou zijn. Nooit meer een verlangen naar een vrouw; nooit opwinding, lust. Alleen verrukking en vervoering voor de kunst. De schoonheid van huid slechts ervaren als kunstig gebeeldhouwd marmer. En niet als het begin van een stuwende kracht in aderen en romp. Nooit de intense bevrediging na een storm van liefde.
Hier lag ik, voor mijn meester, die me altijd zo vertrouwd was geweest, maar die ik nu zag als een wreed heerser over het leven van anderen. Hoe kon ik in godsnaam kiezen?
‘Zeg me meester, hoe kan ik kiezen!?’
Hij lachte, kneep zijn ogen tot spleetjes.
‘De keuze is simpel’, zei hij. ‘Wie wil er nou niet de beste, mooiste en zuiverste castraat van het universum worden?’
Ja, wie wilde dat niet? Hier lag ik, als een lam ter slachting. Nog even en het mes maakte een wonderbaarlijk nieuw mens van me.
Nu draaide ik mijn hoofd naar rechts en zag onverwachts tussen de meester en de stoel door het portret van een jonge godin aan de muur in het belendende vertrek. Dit portret had ik nog niet eerder gezien. Ik knipperde met mijn ogen. Het was alsof er een troostende glimlach om de lippen van het meisje speelde. En of er pure lust uit haar stroomde, regelrecht naar mij toe, hier op deze tafel. Het kloppen in mijn binnenste werd bonzen en bloed vulde mijn geslacht.
Nu wist ik het.
Ik veerde op en duwde mijn leermeester opzij. Hij wankelde, het mes kletterde op de vloer. Ik sprong van de tafel en rende naar het portret. Bevrijd van mijn twijfel.

woensdag 29 oktober 2014

Hödmezö en zo

Op de middelbare school heb ik ooit een Duitse roman gelezen waarin een Tsjechisch of Hongaars dorp werd genoemd. In dat dorp speelde zich het een en ander af. Wat precies, weet ik niet meer. Ik weet niet meer wat de thematiek van het boek was, evenmin weet ik nog welke karakters in het boekwerk opdraafden. Alles wat ik nog weet is de merkwaardige naam van het dorp, die meerdere malen werd genoemd. De naam luidde bij benadering zo: Hödmezövasarihelykutasiputsta. Een mond vol. Maar juist daarom zal ik hem nooit vergeten. Tot mijn dood zal die naam vermoedelijk in één vloeiende beweging over mijn lippen komen. Terwijl de namen van de roman en de auteur in de vergetelheid zijn weg weggezonken naar de donkerste diepten van mijn geheugen, vanwaar men slechts bij toeval terugkeert.
Wie weet het wel? Ik houd me aanbevolen, dan zal ik die roman herlezen. Hij was best aardig.

maandag 11 augustus 2014

Reinbert de Leeuw

Reinbert de Leeuw in Zomergasten vestigde terecht de aandacht op Stravinsky, de belangrijkste componist van de 20e eeuw, en Charles Ives, een Amerikaans fenomeen. Jammer dat er van Ives niets werd gedraaid.

zaterdag 28 juni 2014

Een koffer vol verhalen

Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan van Uitgeverij Marmer verscheen de verhalenbundel Een koffer vol verhalen. Daarin ook een verhaal van mijn hand.



Hier het begin

Villa Grock

Voorbij Nancy, in de buurt van Neûfchateau, liggen her en der boerderijtjes parmantig verscholen tussen bosschages. Serge zit naast me, op een manier die contrasteert met de snelheid van de auto: loom en ontspannen. Hoewel hij zeker twintig jaar ouder is dan ik, heeft hij de uitstraling van een jonge, levenslustige bohemien. Hij staart over het dashboard heen naar de einder terwijl hij een slok neemt van zijn wijn. Ik zeg dat het eigenlijk te vroeg is voor wijn, maar hij slaat mijn advies met zijn hand weg, zoals je een irritant insect verjaagt. ‘Jij bent mijn dierbare familie’, zegt hij herhaaldelijk. 
     ‘Jij bent mijn dierbare familie.’ 

     We zijn al ruim een halve dag onderweg, twee koffers achterin en voorin een tasje met drank, koek, brood, kaas, wat snoep en pinda’s. We rijden onder een donkergrijs wolkendek dat zich naar alle kanten uitstrekt, maar het regent niet. En Serge staart naar het landschap. Soms wijst hij. ‘Daar!’ zegt hij. ‘Daar heb ik ooit gereden. Ik zie het aan die kerktoren. Ja, ik zie het.’
Zie: http://www.uitgeverijmarmer.nl/boeken/literatuur/item/een-koffer-vol-verhalen