maandag 30 december 2013
End of the year
Meneer Janus voelt het aan zijn water en hoort het op zijn trommelvlies: er komt een nieuw jaar aan. Mensen om hem heen knallen het Oudjaar weg. Vreemde gewoonte, denkt Meneer Janus, maar ja, hij is nu eenmaal een tikje bekrompen. Want een beetje vent heeft natuurlijk een zooitje Chinese handgranaten en Argentijnse veldmijnen aangeschaft. Janus echter, loopt met sterretjes. Dat vindt hij al stoer genoeg. Zijn buurman schudt het hoofd achter zijn raam wanneer hij Janus struikelend door het perkje met sterretjes ziet banjeren. Wat een mietje! Hij opent de voordeur en roept kort maar ook krachtig: 'Gay!' Zo, en daar kan onze Meneer Janus het doen. 'Gelukkig Nieuwjaar!', roept Janus terug. Wat wonen hier toch fijne mensen, denkt hij.
vrijdag 29 november 2013
Goedendag
woensdag 15 februari 2012
Meneer Janus denkt! Gezelligheid
Vaak is het gezellig in een bedrijf of bij een of andere instanties, maar dan zie je toch dat architecten en managers er alles aan doen om die gezelligheid om zeep te helpen. Dan werken er leuke, gezellige mensen - zoals daar zijn postbezorgers, portiers, magazijnmedewerkers en keukenpersoneel - die zodanig gekleineerd worden dat ze vertrekken en verzuren. Ook banken en andere mensen en instanties die bijvoorbeeld met geld of ‘zaken’ te maken hebben, doen er alles aan om de gezelligheid en het vertier der mensen die noeste arbeid moeten verrichten, te verzieken. Dat is inherent aan de welvaartsmaatschappij waartoe de Nederlanden zijn vervallen. Veertig jaar geleden heerste er alom nog geloof en vertrouwen in de toekomst en in de gezelligheid. Maar nu? Gezelligheid is oubollig geworden; het streven naar gezelligheid is een ouderwets streven. En alles wat ouderwets is in dit land, is verdacht. Nederland en zijn inwoners liggen me zwaar op de maag. Nog even of ze komen naar buiten. En dan heb je warempel de poppen aan het dansen. Maar liever dansende poppen dan Nederlanders die op mijn maag liggen.
maandag 16 januari 2012
Het gezicht
Kwaliteit is niet belangrijk, zegt Meneer Janus. Het gaat om de intentie. En om hoe lief je bent. Het meisje knikt. Dus kwaliteit doet er niet toe, herhaalt Janus. Prompt valt de neus van het meisje op de grond. Nu zit ze zonder neus; er is een groot gat in haar gezicht. Ik vind je nog steeds erg mooi, zegt Meneer Janus. Het meisje knikt en terwijl ze knikt tuimelen haar oren en een deel van haar kin in het zand. Ze wil deze dingen oprapen, maar Meneer Janus houdt haar tegen. Doe geen moeite, zegt hij. Kwaliteit is maar een woord.
woensdag 2 november 2011
De dodenakker
Op 1 november valt Meneer Janus plotseling op zijn hoofd. Hij struikelt over een grafsteen bij zijn wekelijkse bezoek aan de plaatselijke dodenakker. Een buurman van Janus was op deze wijze ooit een keer in een openstaand graf gevallen. De kist stond er nog niet in, maar het gat was al gegraven. De buurman werd er een half uur later pas door een passerende doodgraver uitgehaald. En nu viel Meneer Janus, gewoon door een stom ongelukje, maar dan gelukkig niet in een gat, gewoon op het gras. En terwijl hij daar zo lag dacht hij aan zijn kindertijd, de jaren waarin hij in zee zwom en zand tussen zijn boterhammetjes at. Aan de horizon stond het Rem-eiland, een soort boortoren op zee waar de Remia-reclame vandaan kwam. 'Remia, de beste margarine, die er is…Geweldig lekker bij de dis.' Wat waren die vroegere tijden toch leuk en onschuldig. Ach, waarom is de tijd toch zo voortgeschreden? Waarom kunnen we niet blijven stilstaan, om eens goed om ons heen te kijken en de prettige verworvenheden der mensheid tot ons te laten doordringen, zoals een stofzuiger in cilindervorm en een bakelieten telefoon? Of Haagse bluf met vanillevla en een kolenkachel die is omgebouwd tot petroleumkachel. Of 'De Lach' als pikantste tijdschrift van het universum, een ernstige discussie als hoogte tv-vermaak en een Monopolyspel met briefjes van 1 en 2 gulden. En zo ligt Meneer Janus op het kerkhof een beetje te mijmeren over vroeger tijden, net zoals al die lijken om hem heen ook doen, want zij hebben alleen maar vroeger, en geen heden. Meneer Janus voelt even aan zijn bolletje. Er zit een behoorlijk bobbeltje op zijn bolletje en hij kijkt omhoog naar de blauwe lucht en zegt zacht: ‘Wie heeft er nou eens medelijden met mij?’ Maar het blijft stil op de dodenakker, met uitzondering van het geluid van imponerend rondhippende kraaien.
vrijdag 26 augustus 2011
Diamonds are forever
Meneer Janus heeft zijn levensvervulling gevonden. Hij bereidt een bemande reis voor naar de onlangs ontdekte diamanten planeet. Het kostbare hemellichaam, met een gewicht van een slordige tien kwintiljoen karaat, draait elke twee uur en tien minuten in een nauwe baan rond een pulsar, een sterretje dat zwaarder is dan de zon, maar kleiner dan Texel, vertelt het blad Science. Kassa! denkt Meneer Janus. Kan hij eindelijk die hijskraan kopen. En die Rolls. Ja, ook Meneer Janus kent zo zijn hebberigheden.
Zojuist vertelt iemand aan Meneer Janus dat de begeerde planeet wel heel erg ver weg staat. Meneer Janus probeert het zich voor te stellen. Dan is hij toch zeker wel een poosje onderweg. ‘Dat kunt u wel stellen’, zegt de deskundige. ‘De diamanten 'planeet' staat op zo'n 4000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slang en wordt gegeseld door de dodelijke röntgenstraling van de pulsar waar hij omheen draait.’ Maar Meneer Janus informeert reeds bij NASA wat de reismogelijkheden zijn.
Zojuist vertelt iemand aan Meneer Janus dat de begeerde planeet wel heel erg ver weg staat. Meneer Janus probeert het zich voor te stellen. Dan is hij toch zeker wel een poosje onderweg. ‘Dat kunt u wel stellen’, zegt de deskundige. ‘De diamanten 'planeet' staat op zo'n 4000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slang en wordt gegeseld door de dodelijke röntgenstraling van de pulsar waar hij omheen draait.’ Maar Meneer Janus informeert reeds bij NASA wat de reismogelijkheden zijn.
donderdag 25 augustus 2011
Schichtig
Toen Meneer Janus nog een kleine jongen was, was hij ernstig verlegen. Hij vertoonde zich wel op school, maar liever bleef hij thuis naast de kachel van zijn moeder zitten, die zwarte kolenkachel met de mica-ruitjes, die later nog zou worden omgebouwd tot petroleumkachel. In de klas was Meneer Janus het verlegenste kind en zodra hij in de hoek mocht staan, met zijn neus tegen de buizen van de verwarming, was hij het gelukkigst. Op de middelbare school werd het iets beter; hier dorst hij wel wat te zeggen, maar ook niet al te veel. Kenmerkend was dat Meneer Janus zich vaak op zijn kop liet zitten. Van stoer verweer was absoluut geen sprake. Zo kwam het dat Meneer Janus zelfs door de meisjes in de klas gepest werd. Er was één meisje dat hem voor de grap weleens sloeg. “Kijk meneer”, zei ze op een dag tegen de leraar handvaardigheid, “je kunt hem gewoon slaan.” En ze sloeg Meneer Janus op het hoofd. Hij deed niet meer dan wat grijnzen. Oh, wat was Meneer Janus ongelukkig. Dan is het nu maar gelukkig dat Meneer Janus niet meer op school zit.
Abonneren op:
Posts (Atom)


