woensdag 15 januari 2014

Hotel Janus (slot)


Meneer Janus had een mooi hotel, maar het is alweer failliet. Dat is kenmerkend voor de ondoorgrondelijke karaktertrekken van Janus: alles wat hij aanraakt valt uit elkaar of geeft de pijp aan Maarten. Het hotel was binnen paar dagen al passé. Slechte bedrijfsvoering of zoiets. Bovendien heeft Janus net zo veel verstand van geld als van quantummechanica, het verschijnsel dat atomen en sub-atomaire deeltjes zich niet gedragen zoals we gewend zijn. Meneer Janus denkt er nu over een strandtent in Katwijk te beginnen. Dat lijkt een gok, maar het kan fantastisch uitpakken. Janus kan lekker eieren bakken met spek. En wie wil er op een warme actieve stranddag nou geen eieren met spek?

dinsdag 14 januari 2014

Moe


Raakt u ook zo uitgeput van al die soortgenoten – van welk land of welke stad zij ook afkomstig zijn – die het beter weten of gedetailleerder ménen te weten dan u? Zo had ik laatst in het Concertgebouw geluisteren naar een weldadig pianoconcert toen iemand in de pauze me ongevraagd mededeelde dat dit werk ontsproten was aan het brein van een meneer met de achternaam Mozart. Het glas met spiritualiën dat ik in mijn handen had, flikkerde terstond op het hoogpolige muzikale Van Baerlestraattapijt en spatte driftig uiteen in ontelbare kleine druppels en glassplinters. Dat komt er nou van, dacht ik zuchtend, wanneer men mij ongevraagd informatie verstrekt. Ik antwoordde dat de trein naar Groningen die avond waarschijnlijk vertrok van perron 8b in het aan het brein van Cuypers ontsproten Centraal Station, maar daar had deze persoon weer geen boodschap aan. Waar deze opmerking op sloeg?, vroeg hij bedremmeld. Hij kwam uit Middelburg.

donderdag 2 januari 2014

Hotel Janus (1)


Meneer Janus heeft een hotel geopend: Hotel Janus aan de Janusstraat achter het Januspark. Madame Du Parront heeft haar intrek genomen in de dolly-suite op de eerste etage, met uitzicht op het park. Ze is van plan hier maanden te blijven want ze heeft er het benodigde geld voor. ‘Zet u daar de koffers maar neer’, spreekt ze tegen de piccolo met de blauwzwarte pet op zijn hersens. De koffers betreffen drie ijzeren kisten met kleding, een houten kistje met juwelen en een papegaai die Gaston heet en de hele dag C’est formidable! krijst. Meneer Janus is nu directeur en zit in een directiekamer achter een bureau. Er ligt één velletje papier voor hem op het bureau. Daarop staat de naam van Madame Du Parront, de eerste gast. Een gedenkwaardig moment. De chef-kok - oftewel chef cuisinier - van Hotel Janus is Karel Labberdeswanskie, die zijn culinaire opleiding in Smolensk heeft genoten en derhalve heerlijke bitotski, plov en borscht op tafel goochelt. Madame Du Parront wil een Russisch ei en krijgt die dan ook van hem. De piccolo, Rem Koolvis genaamd, brengt de schaal met het gerecht op de dolly-suite. ‘Heerlijk hoor’, roept madame Du Parront, ‘maar ik had toch om een blini met zalm gevraagd?’ Verwarring alom. ‘Cest formidable!’ krast Gaston. Madame Du Parront wordt zo kwaad dat ze het Russisch ei in de papegaaienkooi gooit, waar Gaston zich terstond te goed doet aan het spul. ‘C’est formidable!'

maandag 30 december 2013

End of the year

Meneer Janus voelt het aan zijn water en hoort het op zijn trommelvlies: er komt een nieuw jaar aan. Mensen om hem heen knallen het Oudjaar weg. Vreemde gewoonte, denkt Meneer Janus, maar ja, hij is nu eenmaal een tikje bekrompen. Want een beetje vent heeft natuurlijk een zooitje Chinese handgranaten en Argentijnse veldmijnen aangeschaft. Janus echter, loopt met sterretjes. Dat vindt hij al stoer genoeg. Zijn buurman schudt het hoofd achter zijn raam wanneer hij Janus struikelend door het perkje met sterretjes ziet banjeren. Wat een mietje! Hij opent de voordeur en roept kort maar ook krachtig: 'Gay!' Zo, en daar kan onze Meneer Janus het doen. 'Gelukkig Nieuwjaar!', roept Janus terug. Wat wonen hier toch fijne mensen, denkt hij.

vrijdag 29 november 2013

Goedendag

Wie het nooit gedaan heeft, weet niet waar ik het over heb: reizen naar Utopia. In Utopia is alles mooier, fijner, warmer en gezelliger. Er zijn slechts enkelen die Utopia kennen. Hierbij een foto van Utopia. Wie het weet mag het zeggen.

woensdag 15 februari 2012

Meneer Janus denkt! Gezelligheid

Vaak is het gezellig in een bedrijf of bij een of andere instanties, maar dan zie je toch dat architecten en managers er alles aan doen om die gezelligheid om zeep te helpen. Dan werken er leuke, gezellige mensen - zoals daar zijn postbezorgers, portiers, magazijnmedewerkers en keukenpersoneel - die zodanig gekleineerd worden dat ze vertrekken en verzuren. Ook banken en andere mensen en instanties die bijvoorbeeld met geld of ‘zaken’ te maken hebben, doen er alles aan om de gezelligheid en het vertier der mensen die noeste arbeid moeten verrichten, te verzieken. Dat is inherent aan de welvaartsmaatschappij waartoe de Nederlanden zijn vervallen. Veertig jaar geleden heerste er alom nog geloof en vertrouwen in de toekomst en in de gezelligheid. Maar nu? Gezelligheid is oubollig geworden; het streven naar gezelligheid is een ouderwets streven. En alles wat ouderwets is in dit land, is verdacht. Nederland en zijn inwoners liggen me zwaar op de maag. Nog even of ze komen naar buiten. En dan heb je warempel de poppen aan het dansen. Maar liever dansende poppen dan Nederlanders die op mijn maag liggen.

maandag 16 januari 2012

Het gezicht

Kwaliteit is niet belangrijk, zegt Meneer Janus. Het gaat om de intentie. En om hoe lief je bent. Het meisje knikt. Dus kwaliteit doet er niet toe, herhaalt Janus. Prompt valt de neus van het meisje op de grond. Nu zit ze zonder neus; er is een groot gat in haar gezicht. Ik vind je nog steeds erg mooi, zegt Meneer Janus. Het meisje knikt en terwijl ze knikt tuimelen haar oren en een deel van haar kin in het zand. Ze wil deze dingen oprapen, maar Meneer Janus houdt haar tegen. Doe geen moeite, zegt hij. Kwaliteit is maar een woord.